Oproepen tot deelname aan gewelddadige strijd
De verdachte heeft bijna anderhalf jaar lang video’s gedeeld waarin wordt opgeroepen tot het deelnemen aan de gewelddadige jihadistische strijd. De verdachte heeft onder meer video’s geplaatst van leiders van de Islamitische Staat en van de afscheidsboodschap van iemand die wil sterven als martelaar en een zelfmoordaanslag gaat plegen. De verdachte zegt geen opzet tot opruiing te hebben gehad, omdat hij de teksten zelf niet goed kon verstaan.Rechtbank: opruiing tot terroristisch misdrijf
De verdachte komt uit Syrië, is daar een aantal jaar naar school geweest en spreekt Arabisch. De boodschap van de video’s wordt grotendeels overgebracht via gesproken en gezongen tekst, die de verdachte naar eigen zeggen in elk geval gedeeltelijk verstaat. Door de video’s te plaatsen heeft hij zich volgens de rechtbank schuldig gemaakt aan verspreiding van gedachtegoed dat opruit tot het plegen van een terroristisch misdrijf.De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het zelf deelnemen aan IS. Daarvoor bevat het dossier onvoldoende bewijs.
Terrorisme wordt internationaal gezien als één van de ernstigste misdrijven. Het rukt onschuldige burgers uit het leven, leidt tot gevoelens van ontreddering en wijdverspreide angst, raakt rechtstreeks de openbare orde en ontwricht de stabiliteit van samenlevingen.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot 187 dagen gevangenisstraf, waarvan 50 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De 137 dagen die de verdachte al in voorarrest heeft gezeten, worden daarvan afgetrokken. Dit betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis.

18.6 ℃







































































